Over decadentie en idemniteit

Op 6 februari 1763 trouwde “Harmanus Dirkszn Goeden, Jongman, geboore te Heel bij Roermonde, met Geertruijd van Wunnik, Jongedochter, geboore te Bennebroek en beide woonende in de Breesaap onder Velsen” aldus de inschrijving in het trouwregister van de R.K. Kerk in Velsen.

DTB velsen Huwelijk 6 febr 1763 hermanus en geertruijd DETAIL

Hij was niet alleen mijn voorvader langs mannelijke lijn, maar ook, in de huidige termen, een economische gelukszoeker.
In West Nederland – zeg maar Holland – was in de 17e en 18e eeuw veel vraag naar arbeiders. Seizoenarbeiders en dagloners wel te verstaan, lage lonen, harde omstandigheden, geen gezeur. Zelfs als ze katholiek waren waren ze welkom. De Republiek was tolerant. Mits ze geen aanstoot gaven en integreerden. Hoewel immigranten dat vaak pragmatisch oplosten. Ze werden gewoon protestant als dat moest. In het geval van de katholieke Harmanus en Geertruijd was er geen probleem. Zij woonden in de Breesaap, een katholiek buurtschap in Velsen 1.

In Kennemerland waren veel linnenblekerijen – vanwege het schone duinwater – en die trokken veel arbeiders aan vanuit o.a. het Land van Weert (textielarbeiders) en het land van Horn. En dus ook vanuit de nabije regio Roermond 2. Familienamen als van Buggenum, Geerling, van Roermond, Geeven (= Geuen), van Deursen ea verraden de achtergrond.3

Maar anders dan nu was het wel zo dat de ontvangende plaats, Velsen in dit geval, een waarborg vroeg, van de plaats van herkomst, het dorp Heel dus. Harmanus moest een zgn “Akte van idemniteit” overleggen. Een akte – gezegeld en al – waarin het bestuur van Heel beloofde dat als de immigrant tot “onverhoopte decadentie zoude coomen te vervallen”, de immigrant “te sullen terugneemen aan haere gemeene taefel” en deze – met “de sijnder kinderen te sullen alimenteeren”. Oftewel “als je decadent (armlastig) wordt dan ga je met je kinderen terug naar de plaats van herkomst”. De plaats van herkomst stond dus borg voor het onderhoud van de migrant. En dat was niet zo vreemd omdat halverwege de 18e eeuw grote delen van de bevolking (vooral in de winter) werd bedeeld. En daar werden de plaatselijke besturen van diaconieën of armenkamers niet vrolijk van 4. Hoe strikt deze regeling werd gehandhaafd weet ik trouwens niet. Ook toen was Holland een polderland.

Men was pragmatisch, de sterfte was hoog, de gaatjes in de agrarische sector moesten worden opgevuld en de immigranten (kenden en) hielpen elkaar.  

Harmanus en Geetruijd en kinderen zijn in Velsen en Kennemerland blijven wonen. Zij waren arm maar niet armlastig? Maar daarover later.

Bij mijn bezoek aan het Gemeente Archief van Velsen in 1979 trof ik de zwaar beschadigde akte van idemniteit aan die Harmanus heeft overlegd aan het gemeentebestuur van Velsen. Gedateerd 11 Juni 1763 en bezegeld door de “Secretarius Juratus dictionis” der Vrijheerlijkheid Heel.

Tsja, om zo’n reisdocumentje te zien, gehavend en al, dat doet je toch wat.

De archivaris van Velsen beloofde toen het document te zullen laten restaureren maar ik weet niet of dat ook gebeurd is.

Akte van idemniteit 2 juni 1763 Heel

Akte van idemniteit 11 juni 1763 Heel

1Het huis van de vroedvrouw – J.Morren – HGMK nr 39

2Geschiedenis van de beide Limburgen – deel 2, Prof. Dr. W.Jappe Alberts

3http://www.smeels.nl/Parenteel%20A-G/Parenteel%20van%20Deursen%20(2)/deursen.htm

4NGV http://www.ngv.nl/Artikelen/homepage.php?action=ListItem&site=NGV&frams=y&ident=80

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*